Posts tonen met het label Geertrui. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geertrui. Alle posts tonen

vrijdag 13 september 2019

In memoriam: Geertrui


Ma Tok:

Geertrui kroop twaalf en een half jaar geleden uit haar ei in de Tok-tuin, samen met haar tweelingzus.
Omdat ze zoveel op elkaar leken dat ik ze niet uit elkaar kon houden noemde ik ze allebei Geertrui, zodat ik me niet kon vergissen als ik één van de twee aansprak.
De tweelingen bleken al snel ondeugden te zijn, die graag iedereen voor de gek hielden.

de 2 Geertruien

Herinnert u zich nog die keer dat ze allebei net deden alsof ze broeds waren?
Terwijl ze juist altijd alle broedse kippen voor gek verklaarden.
Doodstil en met hun blik op oneindig zaten ze naast elkaar op een eitje. Totdat ze hun lachen niet meer konden inhouden om de verbouwereerde gezichten van de rest van de familieleden.

Geertrui met haar poepvlek
Of toen de ene Geertrui per ongeluk onder de zitstok had gezeten, waardoor ze een bruine vlek op haar witte veren had gekregen.
Omdat de andere Geertrui het niet leuk vond dat ze nu uit elkaar konden worden gehouden ging zij onder haar tweelingzus zitten, die haar ook een vieze vlek bezorgde.

Yvonne en Yvette toen ze net in de Tok-tuin waren aangekomen
En toen Yvonne en Yvette net in de Tok-tuin waren gekomen maakten ze de verdere familie wijs dat die twee dames zo wit waren door bloedarmoede en dat ze eigenlijk bruine hennen waren. Die kleur zouden ze weer aannemen zodra ze gezond waren geworden. Dit tot grote teleurstelling van de witte hennen, die blij waren met de versterking van hun kleurgenoten.

LazaRus glijdt uit door toedoen van de Geertruien
Of toen ze LazaRus op zijn snavel lieten vallen in de gladde tuin.

Vita zoekt Geertrui op en ze troosten elkaar
Tot het droevige moment waarop één van de twee meiden zo ziek werd dat zij uit haar lijden moest worden verlost door de dierenarts. De overgebleven Geertui leek ontroostbaar, maar Vita, die pas haar beste vriendin Vera was verloren, troostte haar en samen zaten zij 's avonds op de stok, dicht tegen elkaar aan, zich met hun ogen dicht voorstellend dat de ander hun verloren vriendin/zus was.

Daantje en Dirkje als kuikens
Gelukkig voor Geertrui kwamen er twee kuikens uit hun eitjes gekropen bij broedmoeder Pippa. Er waren er meer, maar deze twee, Daantje en Dirkje, trokken de aandacht van de halve tweeling. Zij vatte het plan op om de kuikens een onvervalst "Leidse" opvoeding te geven, tot grote ergernis van moeder Pippa.
Beide meisjes groeiden "voorrspoedig" op tot de door Geertrui zo gewenste boefjes.
Samen met Geertrui en later ook met hun tweetjes haalden ze allerlei streken uit.
Zo had Geertrui toch nog een fijne oude dag, al was haar tweelingzus er niet meer.

3 soorten kuifhoenders: v.l.n.r.: Geertrui, Keetje en achteraan Desiree

Met haar sterven is er een einde gekomen aan een dynastie, namelijk die van de kuifhoenders en in het bijzonder die van de twee krulveren Geertrui en Geertrui.
Over haar laatste dagen kunt u lezen in het vorige verhaaltje, dat zij voor het grootste deel nog zelf heeft verteld.


de begrafenis van Geertrui
Toen zij was overleden kwam een andere kleinzoon dan die "met de krulveren op zijn kop" bij ons logeren. Samen met hem heb ik Geertrui begraven in de Tok-tuin, waar ze haar hele leven heeft doorgebracht.

Rust zacht, lieve gekke kip, we zullen je nooit vergeten.

vrijdag 6 september 2019

Ouderdom komt met gebreken (2)


Geertrui:

Weet u het nog?
Ik had een zere poot en daar had ma Tok een verbandje omheen gedaan. En ik ademde verkeerd of zoiets. Daarover zou ma Tok gaan bellen met Hoogendoorn.

het kuiken met de krulveren op zijn kop
Dat gebeurde en de dierenverzorgster daar dacht ook dat het een infectie was.
Ze beloofde iets op te sturen voor mij om me weer beter te maken. Maar ma Tok had een ander idee. Haar schoondochter had zojuist gevraagd of zij mee wilde gaan naar Hoogendoorn, zij wilde met haar zoon naar de kipjes en de andere dieren gaan kijken.
Ma Tok kon die dag niet mee, omdat haar dochter het logerende knaagbeestje weer zou komen ophalen, maar als haar schoondochter toch naar Hoogendoorn ging zou zij het medicijn voor mij kunnen meenemen.
Kunt u het nog volgen allemaal?
Ik niet, maar ik vertrouwde erop dat het wel goed zou komen.

Geertrui's privé-verblijf
De dag daarop kwam ma Tok niet
alleen de tuin in, ze had haar kleinzoon bij zich, die krullenbol, die ons altijd zo lekker veel meelwormpjes geeft.
Omdat ik in een apart hokje zat werd ik het eerst bediend. Ik mocht bij ma Tok op schoot en ik kreeg iets uit een spuitje in mijn snavel gedruppeld. Het smaakte naar niks dus ik slikte het maar snel door. Van dat mensenkuiken met de krulveren op zijn kop kreeg ik als eerste een hele hand vol meelwormpjes. Ik liep er snel naartoe, maar toen ik er één wilde oppikken had ik plotseling geen trek meer.
De rest van de familie Tok werd ook getrakteerd op handenvol wormpjes en ma Tok ging het Tok-huis opruimen en overal schoon water neerzetten. Het kuiken vond dat prachtig, hij hielp goed mee en zo was alles in een vloek en een zucht klaar.

       Die hele dag liep ik maar een beetje
Geertrui dommelt bijna weg midden in de tuin
rond in de tuin, nu en dan dommelde ik even in.
Zou ik nu echt heel oud zijn geworden opeens?
's Avonds was ik het huis binnengegaan met de anderen, maar ik had geen zin om op de stok te gaan zitten, dus ik vleide mij neer op de bodembedekking.
Ma Tok zette mij weer in het aparte hokje en daar viel ik in slaap.
De volgende dagen kreeg ik elke ochtend weer van dat spul in mijn snavel en omdat ma Tok vond dat ik niet genoeg dronk gaf ze me ook nog een spuit vol vitamientjes-
de spuit voor medicijn en vitamientjes-water
water. Ik vond het allemaal best, overdag liep ik wat rond door de tuin en 's nachts sliep ik in mijn privé-hokje.
Totdat ma Tok vond dat ik toch wel heel erg mager begon te worden.
Ze nam mij die avond mee naar binnen, het mensenhuis in. Daar mocht ik weer op haar schoot, maar wat er toen gebeurde... Ze stopte een soort van slang in mijn snavel, zomaar helemaal tot in mijn krop en door die slang heen voelde ik iets vreemds en plotseling zat mijn krop vol. Ik begreep er niets van. Ma Tok ging mijn krop masseren en toen liet ik zomaar een boer,
dwangvoer met spuit en sonde
midden in haar gezicht. Er kwam nog iets anders uit mijn snavel behalve lucht, iets groenigs, dat kreeg ze op haar wang. Ze lachte en zei dat dat heel goed was, de lucht moest er even uit.
Die nacht sliep ik heerlijk met mijn volle krop. De volgende morgen nam ma Tok me weer mee naar boven, ik voelde me wat beter en ik kreeg weer wat van dat spul, maar nu leek het niet zo goed te vallen. Ik boerde wel, maar het voelde niet
vertrouwde tuingeluiden
zo lekker als de avond ervoor. Daarom zette ma Tok mij ook overdag in mijn privé domein en ik ging een beetje zitten suffen.
Ik was zo vreselijk moe, ik kon bijna niet meer op mijn poten staan, dus bleef ik maar liggen. Voor de kou en de tocht had ma Tok een gordijntje voor de tralies van mijn hok gehangen, waardoor het schemerig en knus was. Op de achtergrond hoorde ik het vertrouwde geluid van tokkende hennen en Laza's gekraai.

Ma Tok kwam telkens bij mij kijken, maar ik had geen kracht meer om op te staan als zij er was.
"Ik laat je maar gewoon met rust verder, lieve Geertrui," zei ze zachtjes en ze deed het gordijn weer dicht.

Ma Tok: Hier neem ik het stokje over van Geertrui, ze kan niet verder vertellen. 
             Toen ik gisterenavond keek leefde ze nog, maar ze bewoog nauwelijks meer. 
             En vanmorgen was ze voorgoed vertrokken.

             Haar in memoriam volgt binnenkort.

vrijdag 30 augustus 2019

Ouderdom komt met gebreken (1)


Geertrui:

Op de foto hierboven zie ik er nog goed uit, al zeg ik het zelf. Dit plaatje is een aantal jaren geleden van mij gemaakt. Mijn tweelingzus leefde nog en alles was rooskleurig.

foto van Geertrui in de rui voordat de echte problemen begonnen
Dat is nu wel anders.

In de eerste plaats ben ik momenteel in de rui, dus ik zie er niet uit. Mijn staart is verdwenen en mijn veren zijn erg oud en dun. Maar dat geldt voor bijna de hele familie Tok.
Als dat alles was zou ik niet klagen.
U begrijpt het al: er is meer aan de vleugel.
Ma Tok kwam 's avonds onze deur sluiten en ze schrok zich een kuifje. Er lag allemaal bloed op de mestplank, overal spatten en zelfs een heel plasje. Omdat ze dacht dat Laza misschien weer nieuwe sporen had ontwikkeld aan zijn poten tilde ze hem op om te kijken of het bloed uit een afgerukt spoor was gekomen, maar ze zag niets bijzonders.
Geertrui na het afwassen van het meeste bloed van haar kop
Toen keek ze ons allemaal aan en ik hoorde haar mompelen: "Geertrui, waarom zit jij niet op de stok? Je zit nooit op de grond." En ze viste mij op van het plateau, waarvoor ze op een krukje moest gaan staan.
Ik liet me pakken en ik keek vanonder mijn kuif naar haar gezicht. Dat stond op schrikken.
Ze nam mij mee naar het mensenhuis en ik werd voorzichtig in de gootsteen gezet, met mijn voeten in een bodempje lauw water. Mijn kop werd schoongemaakt met een nat doekje en daarna nam ma Tok me op haar schoot. Ze had de blauwspray ook meegenomen het mensenhuis in en ze spoot daarmee op mijn ene teen, precies die teen die zo'n pijn deed. Met mijn kop was niets mis,
blauwspray: ontsmettend en bloedstelpend
daar was bloed op gekomen toen ik erop had gekrabbeld met mijn bloedende poot.
Ma Tok zei dat er een nagel van mijn teen was gescheurd en dat er een verbandje omheen moest. Toen dat gedaan was deed het niet meer zoveel pijn, maar lopen kon ik niet echt omdat ma Tok per ongeluk twee tenen in het verband had gestopt. Maar  ik hoefde me ook nauwelijks voort te bewegen, want ik werd voorzichtig in een apart hokje gezet met vitamientjeswater en eivoer vlak voor mijn snavel. Ik kreeg er zelfs nog wat wormpjes bij ook. Wat een verwennerij!
Die morgen kwam ze bij mij kijken en ze was duidelijk erg blij. "Wat fijn dat je er nog bent, Geertrui," zei ze. Ja, natuurlijk was ik er nog, ik zat in een hokje opgesloten en ik kon bovendien niet lopen met mijn
Geertrui verblijft tijdelijk in het hok rechts op de foto
ingepakte poot, dus waar zou ik heen gegaan zijn?
Ik moest in het hokje blijven, al vond ik dat niet fijn, ik loop liever te scharrelen. Die avond kreeg ik weer een behandeling met blauwspray en een nieuw verbandje, nu alleen maar om mijn gewonde teen, zodat ik kon lopen. Maar ik moest wel weer apart slapen. Toen het weer licht was kwam ma Tok weer naar mij toe, ze vond mij er beter uitzien dan de vorige dag, dus ik mocht de tuin in. Maar ze zei zuchtend dat ze mijn ademhaling niet goed vond klinken, dat ik waarschijnlijk een ontsteking had van mijn luchtwegen.
Nu was ik inderdaad nogal hoorbaar aan het ademen, maar daar maakte ik me niet druk om. Ma Tok wel, die zei dat ze naar Hoogendoorn ging bellen om te horen wat daaraan gedaan moest worden.
Volgende week hoort u hoe het mij verder verging.

vrijdag 16 augustus 2019

Het waren twee koningskind'ren (epiloog)


Geertrui:

Hebt u het al gehoord?

Wiske en Floortje hebben de hele nacht samen op stok gezeten, vlak naast elkaar. En dat terwijl Floortje nooit iets van haar moeder moest hebben, die was veel te streng, kakelde ze altijd tegen iedereen. En nu zaten ze niet alleen tegen elkaar aan, maar Floor zat ook nog onder een vleugel van haar moeder.

Geertrui met Daantje en Dirkje
Zou er iets gebeurd zijn?
Ik zou geen Geertrui heten als ik dit niet zou gaan uitzoeken.
Want nieuwsgierig ben ik niet, maar ik wil wel graag alles weten. Ik vroeg mijn vriendinnetjes Daantje en Dirkje of zij het ook hadden gezien, maar die twee hadden natuurlijk weer niet opgelet. Zo leer je nooit alle nieuwtjes te achterhalen. Ik gaf de beide boefjes op hun kop en zei dat ik het zelf wel weer uit zou zoeken. Ik was het niet van plan geweest, maar ik ging naar de twee grote witte dames, Yvonne en Yvette. Zij zijn in het voordeel omdat ze zo groot zijn. Daarom kijken ze over iedereen heen als we op de stok
Yvette (links) en Yvonne
zitten en zo zien ze meer dan de anderen.
Yvette zei dat ze zich er niet mee wilde bemoeien en dat ze bovendien net een ei ging leggen. Maar Yvonne, die met pensioen is en geen eieren meer produceert, heeft de hele dag niets te doen en zij wilde wel met mij kakelen. Ze had inderdaad gezien dat Floortje en Wiske opeens heel close waren geworden, ze hadden niet alleen de hele nacht bij elkaar gezeten, ze waren ook de hele erop volgende dag samen aan het scharrelen geweest in de tuin.
En toen die grote brutale meeuw,
Floortje (vooraan) en haar moeder
die hier telkens boven ons net vliegt, weer eens langskwam zag ik dat Floortje haar moeder een teken gaf, waarop Wiske haar alleen verder liet gaan. De kleine Floor liep moedig naar die grote vogel toe en zei iets tegen hem, het klonk als "prins", maar dat zal het niet geweest zijn, want ik kan me niet voorstellen dat onze eigen Floortje een meeuw aanspreekt met zo'n verheven naam. Het beest fladderde met zijn enorme vleugels en vroeg wie die mooie zwarte dame was, met wie ze daarnet nog aan het scharrelen was. "Dat is mijn moeder, Wiske," kakelde Floor en de meeuw knikte vriendelijk met zijn kop naar Wiske, die een soort van buiginkje maakte.
Geertrui en Floortje
Ik wist niet wat ik zag!
Hennen, die bevriend zijn met meeuwen? Het moet toch niet gekker worden!
Toen dat grote vliegbeest na een poosje heen en weer geklets weer was vertrokken kon ik me niet meer inhouden. Ik stapte op Floortje af en vroeg haar of zij die roofvogel kende.
"Roofvogel?" vroeg zij verbaasd, "dat is gewoon een meeuw, hoor, en hij is heel aardig."
een meeuw met een visje in de snavel
(foto internet)
Ik vroeg of zij wel wist wat meeuwen zoal eten en ze keek me een beetje dommig aan. "Zaadjes en zo, dacht ik, net zoals wij," kakelde ze.
Ik kon mijn lachen niet meer inhouden en ik vertelde haar dat meeuwen graag visjes eten, die ze uit de zee opvissen. En ze eten ook uit vuilnisbakken," voegde ik eraan toe, "en als ze de kans krijgen eten ze kuikentjes."
Floortje keek me geschokt aan en rende naar haar moeder, zeker om haar te vragen of het klopte wat ik had gezegd. Ik zag Wiske naar mij kijken en toen haar kopje op en neer bewegen, ze knikte naar haar
Floortje rent van Geertrui naar haar moeder
dochter.
Kleine Floor liet zich zomaar op de grond zakken en haar moeder ging weer met haar vleugel om haar dochter heen zitten.
Ik liep wat dichterbij en ik hoorde haar zeggen: "Begrijp je nu waarom dit echt niets kon worden?"
Floortje knikte bedrukt.
En ik ging een poosje zitten nadenken, want nu snapte ik er helemaal niets meer van.
Wat er aan de vleugel is geweest zullen we nooit weten, maar het is goed dat Wiske en Floortje elkaar weer gevonden hebben.

vrijdag 17 mei 2019

De grap (2)


Geertrui:

U weet het nog wel, hè, het verhaal van vorige week. Zo niet, dan leest u het nog maar even door.

Ik was ingegaan op de uitspraak van mijn twee jonge vriendinnetjes, Daantje en Dirkje, waardoor iedereen ervan overtuigd was dat ik zwaar depressief en suïcidaal was.

Nadine op bezoek bij Geertrui
Het kostte mij wel enige moeite om me in te houden, vooral als er lekkere wormpjes werden gestrooid, maar ik hield het vol. Daantje en Dirkje waren zo lief om mij elk wat wormpjes te brengen in hun snavels, hihihi, ik leek wel een kuiken.
Maria, die na mij de oudste hen is in de Tok-tuin, kwam een poosje bij me zitten zonder iets te kakelen. Daarna ging ze weer weg.
Nadine kwam ook op mij af, zij kakelde wel wat tegen me, maar het was niet echt iets bijzonders wat zij te melden had. Zij was nog niet verdwenen of Odette kwam bij mij zitten. Zij kakelde niet, maar dat is niet vreemd, zij denkt altijd
Pippa bij Geertrui
van alles en ze kletst maar weinig. Toen na haar Kenau op mij af kwam begon ik het vreemd te vinden. Zij kakelde over het weer, dat niet echt geweldig was op die dag. Zo kwamen alle hennen aan de beurt. Ik begon het behoorlijk zat te worden, ik kon niet eens meer even mijn ogen sluiten om een klein dutje te doen, er zat constant iemand op mijn snavel. Ik was dan ook blij toen Daantje en Dirkje samen op mij af kwamen.
"Wat is er toch aan de poot met jullie allemaal?" vroeg ik ze. Ze grinnikten zachtjes, zodat niemand dat kon horen en begonnen toen uit te leggen wat er door de hele familie was afgesproken. "Wè moetûh err met ons allûh op lettûh dat jè geen rraarre dingûh doet. Daarrom is err een schema opgesteld om naarrighedûh te voorrkomûh," zeiden ze. "Wè
Daantje en Dirkje op weg naar Geertrui
moetûh om de beurrt op jou passûh. Maarria heeft dat bedacht. Zè is bang dat jè jûhselluf wat aandoet, omdat wè het prraatjûh hebbûh rrondgestrrooid dat jè niet verrderr wil levûh. Tenminstûh, zo hebbûh zè het allemaal begrrepûh." Ik moest erg lachen, maar dat mocht natuurlijk niet, daarom deed ik net alsof ik diep bedroefd was en ik stak mijn snavel tussen mijn veren. Zo kon niemand zien dat ik
Geertrui neemt even een slokje voor haar toespraak
bijna stikte.
Ik vond het een erg lollige toestand, maar die bemoeizucht van allemaal begon mij toch behoorlijk de keel uit te hangen. Daarom vroeg ik Daantje en Dirkje om iedereen bij elkaar te roepen, omdat ik wat te zeggen had.
"Ga jè het nôu al verrtellûh?" vroegen de boefjes teleurgesteld. "Ja," zei ik, "ik heb er schoon genoeg van, al is het een goeie grap geweest."
Daan en Dirk riepen de hele familie bij elkaar en ze kwamen allemaal
Geertrui gaat haar verhaal vertellen
nieuwsgierig aanrennen.
"Ik heb jullie iets te vertellen," zei ik. Iedereen was meteen doodstil, ik weet niet wat ze verwachtten, misschien dat ik mijn dood ging aankondigen of zo.
Ik vertelde hoe het hele verhaal in de wereld was gekomen.
Dat Daantje en Dirkje Laza voor de gek hadden gehouden; hoe zij Laza meteen hadden verteld dat het een geintje was, maar één van de hennen moet gehoord hebben wat er was gezegd en toen Yvonne aan mij had gevraagd of ik ook pillen
Yvonne voelt zich een beetje dom
moest en ik had gezegd dat er voor mijn kwaal geen medicijnen waren, had zij de conclusie getrokken dat ik geen zin meer in het leven had.

"Maar wat is je kwaal dan?" vroeg Yvonne, die zich een beetje dom voelde.
"Ouderdom natuurlijk," lachte ik, "daar is geen kruid tegen gewassen. Hoewel Daantje en Dirkje mij erg helpen om alles van de vrolijke kant te blijven zien."
"Dus je wilt niet dood?" vroeg de één na de ander.
"Tuurlijk niet, ik vermaak mij hier nog prima, alleen moeten jullie me nu en dan wel even met rust laten. Ik word tenslotte een dagje ouder."
Iedereen lachte en we gingen allemaal weer vrolijk aan de scharrel.
Daantje en Dirkje kakelden tegen mij dat zij de duur van de grap veel te kort hadden gevonden, maar ik was blij dat ik weer gewoon mezelf kon zijn.

vrijdag 10 mei 2019

De grap (1)


Geertrui:

Mij is ter ore gekomen dat Daantje en Dirkje zich hebben misdragen. LazaRus kwam het aan mij vertellen. Hij vond het beter dat ik het rechtstreeks van hem hoorde in plaats van via een gerucht. Want geruchten zijn vaak erger dan de oorspronkelijke gebeurtenissen.

Yvonne komt bezorgd naar Geertrui toe
Toen ik hoorde wat er precies was gebeurd moest ik eerst mijn snavel in de plooi houden. Laza was zo ernstig, terwijl ik weet dat Daan en Dirk gewoon twee ondeugende meiden zijn, die nu en dan even gek moeten doen.
Ik tilde er dus niet zo zwaar aan. Maar toen ik later door Yvonne werd aangekakeld met de vraag of ik soms ook ziek was, net zoals zij, begon ik te begrijpen dat Laza gelijk had gehad met zijn waarschuwing.
Ik besloot het vuurtje een beetje aan te wakkeren. Ik vertelde Yvonne dat ik niet echt ziek was en dat pillen dus ook niet zouden helpen bij mij. "Nee," zei ik, "voor mijn kwaal bestaat geen medicijn."
Pippa is van haar nest af gekomen
Yvonne liep bezorgd weg en ik kon mijn lachen bijna niet inhouden. Toen even daarna Pippa naar mij toe kwam om met mij te kakelen begreep ik dat het praatje aardig zijn ronde aan het doen was. Pippa is namelijk broeds en dan komt zij alleen voor héél belangrijke dingen van haar legnest af.
"Ik hoorde dat er iets heel ergs met je aan de poot is, Geertrui," kakelde ze met een bezorgd gezicht.
En weer moest ik mijn snavel krom trekken om niet in lachen uit te barsten. Als dat zo doorgaat is die vanavond echt krom.
Ik vertelde Pippa dat er niets aan te doen was en zij scharrelde droevig naar haar nest terug.
Ik kreeg bijna alle hennen op bezoek, het leek wel of ik een koningin was die audiëntie hield. En allemaal toonden ze medelijden met
"depressieve" Geertrui met haar kop omlaag
mij. Het gekke was dat eigenlijk niemand rechtstreeks vroeg wat er nu precies met mij aan de poot was. Ze hadden blijkbaar de conclusie getrokken dat ik in een ernstige depressie verkeerde.
Om dit nog wat aan te dikken ging ik met mijn kop naar beneden in een stil hoekje zitten.
Daantje en Dirkje kwamen samen ook nog langs. Ze keken een klein beetje zorgelijk, dus ik heb hen een vette knipoog gegeven. Grinnikend liepen ze door en even later hoorde ik ze schateren van het lachen. Daarvoor kregen ze op hun kop van
Daantje (rechts) en Dirkje
Nadine, die iets tegen hen fluisterde wat ik niet kon verstaan. De twee ondeugden trokken hun snavels krom, net zoals ik dat telkens moest doen. Ik hoorde hun onderdrukt gegiechel toen Nadine weg was. Ik vroeg hen wat Nadine had gefluisterd en Daantje zei proestend: "Se sei dattûh wè rrekening moestûh hoûdûh met un deprressievûh hen in de teûn. Dat ben jè zekûr?" Ik grijnsde en zei dat iedereen dat dacht, hoewel ikzelf nooit het woord depressie heb laten vallen.
"Goeie grrap!" zei Dirkje en ze huppelde samen met haar vriendinnetje verder de tuin in.

Hoe dit avontuur verder afloopt kunt u volgende week lezen.


vrijdag 3 mei 2019

Natuurlijk broeden of met een machine?


Daantje en Dirkje:

Hebbûh jullie ut al gesien, die twee mallerrds?
Ze zittûh de hele dag samûh in een legnest.
En dat met dat mooie weerr! Als die niet van lotjûh getikt sèin, dan wetûh wè ut niet meerr.

Odette (links) en Pippa
Overr wie wè ût hebbûh?
Overr Pippa en Odette.
Helemaal knetterr sèin die twee.
Ma Tok denkt dat ze brroeds sèin. Nou, daarr hoef je geen herrses voorr te hebbûh, om dat te zien.
Ze zittûh daarr echt niet omdat ze het koûd hebbûh, hihihi.
Ut werrd nog mooierr toen Ma Tok ze beûtûh zettûh.
Wè dachtûh dattese toen wel zoûdûh gaan scharrrrelûh, maarr nee hoorr, ze blevûh gewoon naast mekaarr zittûh, zomaarr op de stenûh.
Ûn gaatjûh in hun kop hebbûh ze, allebèi. Kèk ze dan is zittûh daarr, jûh, ût is toch om jûh te bescheûrrûh!

LazaRus:

Daan en Dirk, niet zo oneerbiedig kakelen over de oudere hennen.

Pippa met haar D-kuikens, waaronder Daantje en Dirkje


Als er nooit iemand broeds zou zijn geworden waren jullie niet uit je ei gekropen, denk daar maar eens over na.
Dat betekent niet dat ik kan begrijpen hoe je drie hele weken op een paar eitjes kan blijven zitten, maar het is goed dat er hennen zijn, die dat wel doen, anders waren wij kippen snel uitgestorven.









Daantje:

Hahaha, jè hep zekerr nog nooit van een brroedmachien gehoorrd?
Weet jè wel dat err helemaal geen kip aan te pas hoeft te komûh om eierrûh ûit te brroedûh?


Dirkje:

En als die kûikes ûit hun eierrûh sèn gekrropûh worrdûh ze warrum gehoûdûh onderr een warrmtelamp. Dan is err ook geen hen bè nodig.


LazaRus:

broedmachine (foto internet)
Natuurlijk heb ik wel van die dingen gehoord, maar ik vind dat geen vooruitgang.
Natuurlijk broeden en opgevoed worden door een kloek is veel beter voor de kuikens.
Ze leren dan van hun moeder hoe ze zich moeten gedragen.
Als ze onder zo'n lamp groot worden moeten ze alles zelf maar uitzoeken.

Mmmm, nu ik er eens dieper over nadenk geloof ik dat er wat jullie betreft niet veel verschil te bemerken is qua opvoeding, maar dat komt door Geertrui, heb ik gehoord.


Daantje en Dirkje:

Hahaha, ja, die goeie Geerrtrrêu, die is zo lollig!

Geertrui
Veel grrappiger dan onse èige brroedmoederr, dat is maarr un saaiûh kip.
Met onse vrriendin kunnûh wè nog es lachûh.

Heb jè trrouwens al gehoorrd dat Geerrtrrêu erroverr denkt om êut te stappûh, LazaRRus?
Ze worrdt ut levûh un beetje zat nu ze zo oud is.
Voorral omdat err zo wènug te belevûh valt de laatstûh tèd.

Hahahahaha! Grrapjûh!
Jè zôu jûh èigûh snavel ûs hebbûh moetûh zien, Laza.
Om in te lijstûh, zo geschokt.


LazaRus:

Wat een geboefte zijn jullie toch.
Ik schrok me werkelijk een kammetje toen jullie dat zeiden over Geertrui.
Dat zijn geen leuke grapjes, meiden.
Denk erom dat ik zoiets NOOIT meer wil horen.


Daantje en Dirkje:

Sorrrry, Laza, maarr wè kondûh het echt niet latûh om je aan het schrrikkûh te makûh toen je ons zo op ons kop gaf.
En wè sullûh ût nooit meerr doen, eerrewoorrd!