Posts tonen met het label Yvette. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Yvette. Alle posts tonen

dinsdag 12 mei 2020

In memoriam: Yvette

Ma Tok:

Tot mijn grote droefheid moet ik u meedelen dat vandaag onze lieve Yvette is ingeslapen bij de dierenarts.

Yvette

Yvette kwam bij ons samen met haar vriendin Yvonne in 2015.

Yvonne (links) en Yvette al aardig gewend in de Tok-tuin
Ze was toen ongeveer twee jaar oud en dus werd zij geruimd uit de legschuur waar zij haar leven tot dan toe had geleefd.
Gelukkig wisten zij, Yvette en Yvonne dus, samen met nog een aantal legkippen te ontsnappen aan de ophalers, die zoals gewoonlijk bruut tekeer gingen bij het afvoeren van de "uitgelegde" hennen en zo kwamen zij bij mevrouw Angelique terecht. Daar kwamen zij een beetje bij van hun akelige avontuur en op een dag
Vera en Vita met Yvonne en Yvette
verschenen pa en ma Tok op de paardjesfokkerij om hen op te halen. Zo kwamen de dames bij de familie Tok in de tuin wonen.
Daar sloten ze al snel vriendschap met Vera en Vita, de twee bruine geredde legkippen, die daar al woonden.
Samen met Yvonne beleefde Yvette heel wat avonturen in de tuin.
U kunt hierover meer lezen in het in memoriam van Yvonne, dat nog niet zo lang geleden verscheen (24-01-2020).
Nadat Katie was gaan hemelen en Yvonne haar achterna was gegaan verdiepte de vriendschap tussen Yvette en Jenny zich. Ze sliepen
Yvette en Jenny samen op stok in Soestdijk
samen in Soestdijk en ze waren altijd samen te vinden.
Yvette heeft aan het einde van haar leven nog meegemaakt hoe het is om broeds te zijn, al heeft haar op eitjes zitten niet echt iets opgeleverd.
Gisteren ontdekte ik dat Yvette bloedde uit haar cloaca. Toen ik haar had schoongewassen zag ik dat er heel veel kleine maden zaten en belde ik de dierenarts. Omdat eerst werd gedacht aan wormpjes leek het allemaal niet zo'n vaart te lopen, maar toen duidelijk werd dat haar hele cloaca vol zat werd er snel een afspraak gemaakt en mocht ik de volgende ochtend vroeg
Yvette met Jenny in de tuin
al komen met haar.
Bij de dierenarts bleek dat er niets meer voor Yvette gedaan kon worden en daarop kreeg ze van de dokter een spuitje, waardoor ze rustig insliep.
Ik heb haar begraven in de Tok-tuin, vlakbij Yvonne.


Vaarwel, lieve mooie Yvette, je hebt ons heel veel grote witte eieren geschonken en ook gezelligheid.
We zullen je nooit vergeten.


Hoe het nu verder moet met Jenny? Ik ga proberen haar bij de andere kippen in het Tok-huis te laten overnachten, zodat ze niet helemaal alleen in Soestdijk hoeft te wonen. Hopelijk vindt ze onder de krielkippen een vriendin, zodat ze haar verdriet niet alleen hoeft te dragen.

vrijdag 8 mei 2020

Besmettelijke broedsheid?


Yvette:

Wat zijn die kleintjes toch raar bezig de laatste tijd.

Hannah, Babette en Annette broeden samen
En dan bedoel ik niet alleen de allerkleinsten, de Serama's, maar alle krielkippen. Dat wil dus zeggen: alle hennen behalve Jenny en ik.
Wat ze aan het doen zijn?
Het lijkt wel alsof ze plotseling allemaal broeds zijn. Ze zitten telkens met hun drieën of vieren op de eitjes op het plateau van het Tok-huis. Ik vind het erg overdreven, zoveel warmte is er toch niet nodig om te broeden? Bovendien zie ik ma Tok elke ochtend eitjes uit het Tok-huis halen, dus ik begrijp niet wat ze in hun kopjes hebben gehaald.
Toen ik aan Barbara vroeg wat er
Barbara
aan de vleugel was snauwde ze dat ik daar niks mee te maken had, ik wist als legkip niets af van broeden of broeds zijn.
Nu klopt het wel dat ik nooit broedse neigingen heb gehad, maar ik vond het toch een beetje een gemene opmerking van haar. Ik kan er toch niets aan doen dat ik als legkip uit mijn ei gekropen ben? Jenny zei dat ik me er niets van aan moest trekken, dat een broedse hen nu eenmaal getikt is en niet kan instaan voor wat ze uitkraamt.
Nou, dat zal ik dan maar aannemen. Daantje en Dirkje zie ik nooit bij het broeden helpen. Ik vroeg hen waarom ze niet gezellig bij de anderen op het plateau zaten. Dirkje antwoordde: "Wè kèkûh wel eût, wè sèin niet gek!" Waarop Daantje haar zusje bijviel en
Dirkje (links) en Daantje
kakelde: "Van Geerrtrrêu hebbûh wè geleerrd dat brroedûh stom is en daarr hôudûh wè ons aan."
Ik geloof dat ik die twee meiden steeds aardiger begin te vinden.
Zij houden tenminste hun koppies erbij en dat kan ik van de anderen niet zeggen.
De volgende dag kon ik het niet laten weer te gaan kijken op het plateau. Ik had Barbara buiten zien lopen, dus ik was benieuwd wie er nu op de eitjes zouden zitten. Toen ik boven kwam zag ik Annette en Babette zitten met hun blik op oneindig. Broedend dus. Maar vóór hen lagen nog een paar lichtbruine eieren, die gewoon koud lagen te worden.
Ik weet niet wat er toen over mij
Yvette zit op eitjes
kwam, ik had zoiets nog nooit meegemaakt. Ik kreeg opeens een soort van drang om die twee kleine eitjes warm te gaan houden. Ik liep er voorzichtig naartoe, ze lagen vlakbij Babette en ik wilde haar niet storen.
En daarna gebeurde alles gewoon vanzelf: ik ging vlak achter de eitjes liggen en met mijn snavel duwde ik ze onder mijn borst, zodat ze lekker in mijn dons warm konden worden. Wat een bijzonder gevoel kwam er nu over mij. Alles in de tuin leek opeens helemaal onbelangrijk, het enige dat telde was het warm houden van die eitjes. Heerlijk, maar één enkel doel in je leven te hebben.
Yvette is in trance
Ik weet niet hoe lang ik daar zo gezeten heb, maar plotseling hoorde ik naast mij de stem van Jenny: "Hé, Yvette, wat is er met je aan de vleugel? Ben je ziek? Kan je je ei niet kwijt? Je zit hier al uren en ik heb je al vier keer geroepen, maar het leek net alsof je me niet hoorde." Ik keek om me heen en toen drong tot me door wat er gebeurd was: ik zat te broeden!
Dat kon toch niet waar zijn?
Ik keek naar buiten door de openstaande deur en zag dat het al donker aan het worden was. Jenny keek bezorgd en ze vroeg of ze  dan maar bij mij moest komen slapen als ik te zwak was om naar het paleis te gaan, ze wilde daar niet helemaal alleen op stok zitten. "Eh..., ik zat een beetje na te denken en ben de tijd vergeten, maar ik kom eraan, hoor," stelde ik haar gerust.
Samen liepen we naar Soestdijk om te gaan slapen. Wat een vreemde dag was dit geweest.

vrijdag 27 maart 2020

Ei-perikelen


Jenny:

Ik woon nu al weer een heel tijdje hier in de Tok-tuin en ik voel me zo langzamerhand een echte Tok. Jenny Tok, het klinkt toch prachtig!

Yvette en Jenny zijn 's nachts samen in Soestdijk
Wie had ooit gedacht dat ik nog eens een voor- en een achternaam zou hebben. Het is jammer dat mijn vriendin Katie hier maar zo kort heeft mogen zijn, maar gelukkig ben ik niet alleen achtergebleven. Yvette is nu mijn beste maatje, we wonen fijn samen in ons paleis. Yvette legt bijna elke dag een groot wit ei, soms in ons nachthok, maar liever deponeert zij het in het Tok-huis, op de bovenverdieping. Ze vindt het daar warmer en meer beschut.
Gisteren kwam ze naar beneden na het leggen van haar ei en ik vond dat ze een beetje vreemd keek. Dus vroeg ik haar wat er aan de vleugel
Hannah en Inge met hun snavels tegen elkaar
was, was haar ei niet mooi ovaal van vorm geweest, of niet helemaal wit?
Yvette schudde haar kop en keek peinzend voor zich.
Daar moest ik meer van weten en ik klom het trapje naar boven op.
Wat was het daar mooi en groot! Het was de eerste keer dat ik daarboven op de slaapverdieping kwam en ik keek mijn ogen uit. Twee lange zitstokken met mestplanken eronder en verder een heleboel bodembedekking, die er net zo uitzag als die van ons in Soestdijk. In een hoekje zag ik Hannah en Inge samen zitten, met hun snavels tegen elkaar aan.
Yvette neemt een snaveltje vol na het leggen van haar ei
"Goedemorgen, meiden", zei ik tegen hen, maar je moet niet denken dat ik antwoord kreeg.
Nee hoor, de zijdehoentjes hadden hun blik op oneindig staan en hun verstand op nul, zo te zien. "Broeds", hoorde ik Yvette achter mij kakelen. Zij was ook weer naar boven gekomen om te kijken wat ik daar deed.
"Ga je ook een ei leggen?" vroeg ze. Ai, dat was een pijnlijk puntje voor mij. Ik heb namelijk in al de tijd die ik hier ben nog niet één enkel ei geproduceerd. Katie wel, die had, toen ze zich nog goed voelde, diverse mooie bruine eieren aan ma Tok geschonken.
de ondeugende hen van mevrouw Angelique
Ik voel me een beetje in gebreke blijven, maar ik kan er ook niets aan doen. Als er geen ei is kan ik het ook niet leggen. Ik schudde dus een beetje verdrietig mijn kop en wees met mijn vleugel naar de plek waar de beide meisjes zaten.
"Zitten zij te broeden? Dat vindt ma Tok toch niet goed? Of heb ik dat verkeerd begrepen?" "Nee, dat heb je goed onthouden, al heb je waarschijnlijk nog nooit een broedende hen gezien."
Dat had ik wel, op de boerderij van mevrouw Angelique was een hennetje dat telkens stiekem eitjes bebroedde, maar daar mocht ik nooit in de buurt komen, dan werd ze vreselijk boos, dus ik vond het reuze interessant om het eens van dichtbij te zien.
"Mogen jullie helemaal niet praten als je broeds bent?" vroeg ik aan Hannah en Inge, "en eten en drinken jullie dan ook niet? En hoelang moet je zo blijven zitten?"
de verstopte eitjes van Hannah, Inge en Babette
"Verwacht maar geen antwoord," kakelde Yvette, "ze zijn in een soort van trance en dan horen of zien ze vrijwel niets. Ma Tok haalt ze elke dag van hun eitjes af, dan worden ze buiten neergezet om te eten en te drinken en wat  te lopen. Als ze dat niet deed zouden ze drie hele weken doodstil op die eitjes lijven zitten." "En komen er dan kuikens uit?" vroeg ik. "Ik denk het niet, want ma Tok haalt elke dag de eitjes weg en zo worden ze nooit lang genoeg warm gehouden. Maar ik heb iets raars gezien toen ik hier net een ei ging leggen."
Nu was ik helemaal nieuwsgierig. "Wat dan?" vroeg ik vol spanning.
Babette op de verstopte eitjes
"Hannah en Inge hebben samen met Babette een paar eitjes onder de bodembedekking verstopt, zodat ma Tok ze niet ziet en daar zitten ze om de beurt op. Ze willen op die manier toch kuikens krijgen, denk ik." "Hoe durven ze?" vroeg ik en ik keek bewonderend naar de twee "broeders".
"Wie zit er dan nu op die eitjes?" vroeg ik aan Yvette. "Babette," antwoordde ze, "zie je haar niet zitten, daar, achter de andere twee?" En warempel, helemaal verscholen zat de kleine Babette op een hoopje bodembedekking.
Ze keek me aan, maar ze zag me niet.
"Broeds," dacht ik en samen met Yvette verliet ik het Tok-huis om lekker in de zon te gaan scharrelen.

vrijdag 21 februari 2020

Xara strijkt haar vleugel over haar hart


Xara:

Eindelijk is er dan toch iemand geweest die een suggestie heeft gedaan met betrekking tot het probleem van het grote witte ei dat plotseling in ons Tok-huis lag.

Yvette en Jenny zijn al wakker
Ik vond het nogal magertjes, maar één lezer die mij wilde helpen, dus ik moest er nog een paar weken over nadenken of ik de oplossing met u wilde delen. Ik heb hierover ook uitgebreid overleg gevoerd met Yvette, die er ook mee te maken had. Samen zijn wij tot de conclusie gekomen dat wij het toch maar gaan uitleggen, hoe dat ei daar kwam te liggen.
Het is u inmiddels vast wel duidelijk dat het betreffende ei door Yvette gelegd was. Zij was het dan ook die mij vertelde hoe één en ander in zijn werk was gegaan.

Op een dag, heel vroeg in de morgen, toen wij nog sliepen in het Tok-huis, was Yvette al wakker geworden. Zij ging haar paleis uit, samen met Jenny, die ze had gewekt, omdat het helemaal niet gezellig is om alleen door de tuin
Xara was gaan slapen onder Laza's vleugel
te scharrelen.
Jenny had eerst een beetje gemopperd dat ze zo vroeg haar nest uit moest, maar toen ze eenmaal buiten was vond ze het toch wel lekker.
Alles was nog stil in de buurt, de bouwvakkers bij de Meelfabriek waren nog niet met hun herrie begonnen en de vogeltjes sliepen ook nog. Nou ja, niet allemaal, want kippen zijn ook vogels en Jenny en Yvette waren al aan het scharrelen in de tuin.
Laza sliep nog wel, met zijn vleugel om mij heen, er klonk dus ook geen gekraai.
Jenny ging helemaal achterin de tuin kijken of daar misschien iets lekkers van de vorige dag was blijven liggen. Ze vond zowaar een
Jenny en Yvette bij de struik in de Tok-tuin
dikke vette worm, die net uit de grond was gekropen. Waarom hij dat had gedaan wist Jenny niet, maar hij smaakte er niets minder om.
Yvette was intussen een beetje aan het ronddraaien in Soestdijk, ze moest een ei leggen, maar ze wilde dat niet in het paleis doen, omdat het daar niet warm genoeg was naar haar zin; voor het leggen moet je een poosje stil zitten en daar krijg je het niet warmer van, dat weet elke hen.
Het liefst legt zij haar eieren in het Tok-huis in de bodembedekking van het plateau, maar dat huis was nog dicht, dus ze kon er niet in. "Jenny," zei ze, "hoe lang denk je
de lange buitentrap met bovenaan het openstaande luikje
dat het nog duurt voordat ma Tok de deur voor de kleintjes open doet?"
"Dat duurt nog een hele poos, daar kun je niet op wachten," antwoordde de bruine hen en ze liep naast Yvette door de tuin om een goed leg-plekje te vinden. Tot ze plotseling begon te giechelen en Yvette aanstootte. Ze wees met haar vleugel omhoog naar de zijkant van het Tok-huis en Yvette keek in de richting die haar werd aangewezen.
"Hoera!" riep ze en ze rende naar de buitentrap van het huis. Die trap is heel lang, maar Yvette sloeg telkens een treetje over en zo kwam ze snel bovenaan, bij het luikje, dat ... open stond! Ma Tok vergeet een enkele keer om het te sluiten als ze de deur dicht heeft gedaan en dat was nu ook weer gebeurd.
Yvette wipte snel naar binnen en zonder de op de stok slapende kippen te wekken liet ze zich zakken in het hennepstrooisel. Ze schoof een beetje heen en weer tot ze een goed kuiltje had gemaakt en daarin
het grote witte ei van Yvette
legde ze haar grote witte ei.
Ze bleef nog even zitten om bij te komen en daarna ging ze weer door het luikje naar buiten.
Ze was net op tijd, vlak achter haar klapte het luikje dicht door de wind. "Pfoe!" verzuchtte ze terwijl ze van het trapje neerdaalde in de tuin, "dat was een goede timing."
Jenny was blij dat Yvette het had gehaald, anders had zij nu alleen in de tuin moeten scharrelen.

Zo was het grote witte ei van Yvette dus bij ons in het Tok-huis terecht gekomen terwijl de deur dicht was geweest.



Ik hoop dat ik het duidelijk genoeg heb uitgelegd voor u, mevrouw Esther, want u bent de enige die op mijn oproepje hebt gereageerd. Eigenlijk mag alleen u dit verhaaltje lezen, maar vooruit, ik strijk voor deze keer mijn vleugel over mijn hart.

vrijdag 3 januari 2020

Een goed nieuw jaar?


Yvette:

Namens de hele familie Tok mag ik u, de lezers, een heel goed en gezond nieuw jaar toewensen. Wat het inhoudt dat er een nieuw jaar is begonnen weet ik niet en het kan me niet veel schelen ook, voor ons hier in de tuin is elke dag hetzelfde.

Yvonne nog steeds in haar ziekenhokje
Maar wat duurt het lang voordat Yvonne weer terugkomt in de tuin. Ze zit daar maar hoog en droog in haar hokje naar ons te kijken en nu en dan kakelt ze wat. De Leidse les wordt nu steeds gegeven bij het "ziekenhokje", wij zitten dan met ons vieren vlakbij Yvonne, zodat zij mee kan doen.
Ze verveelt zich verder haanlijk, zegt ze en zo'n les is een zeer welkome afwisseling.
Daantje en Dirkje doen hun best om haar op te vrolijken en dat doen ze natuurlijk op hun eigen manier. Ze bedenken allerlei Leidse woorden voor Yvonne's poot, zoals bij voorbeeld "rrotvoet", "kleerrepoot" en "lamme jat". Dat laatste woord is volgens mij eerder Amsterdams dan Leids, maar het klinkt wel lekkerr.
Yvonne had zelf ook een mooie bedacht: "horrrrelklauw", daar hebben we met ons vijven heerlijk om gelachen.
Ik ga nu vooral om met Jenny, wij zijn
Jenny met Daan en Dirk aan het begin van de "Lèdse" les
vlakbij het hokje van Yvonne.
de enige twee grote meiden die door de tuin scharrelen. We zitten ook samen in Soestdijk 's nachts, lekker knus, al mis ik Yvonne wel. Zij verspreidde altijd lekker veel warmte en dat is best fijn nu het zo koud is. Ma Tok heeft het Tok-huis weer eens helemaal schoon gemaakt, dat was hard nodig, zei ze. Ze heeft muizengaatjes dichtgestopt met staalwol, ze hoopt dat de muizen daar niet zo snel doorheen zullen komen.
Ik help het haar hopen, maar ik vrees dat die beestjes gewoon op andere plaatsen nieuwe gaatjes zullen knagen. Ze heten niet voor niets knaagdieren.

Eergisteren mocht Yvonne het even
Yvonne in de tuin met haar rare poot
in de tuin proberen van Ma Tok, maar ze blijft raar huppen in plaats van lopen en dat gaat natuurlijk minder snel dan gewoon met twee poten lopen.
Jenny werd daar heel zenuwachtig van en ze begon naar Yvonne te pikken en haar op te jagen.
Arme Yvonne kon zich niet verdedigen en het was goed dat ma Tok erbij was blijven staan, zodat ze Jenny weg kon sturen. Maar Yvonne durfde niet meer en ma Tok zette haar weer in haar hokje.
Ze zei dat ze voor morgen iets anders in petto had om Yvonne wat oefening in de tuin te geven.
Jenny en Yvette opgesloten in de ren van Soestdijk
Wat dat was merkten wij gisteren toen we wakker werden in Soestdijk, Jenny en ik.
De deuren van het paleis waren gesloten, zodat wij in de ren moesten blijven.
Dat was een tegenvaller!
Jenny werd eerst erg boos, maar toen ze zag dat er lekkers was gestrooid in de ren bedaarde ze een beetje.
Wij keken onze ogen uit toen ma Tok de tuin in kwam om ... Yvonne uit haar hokje te halen en haar in de tuin te zetten.
Toen pas begreep ik haar
Yvonne met de kleintjes in de tuin
bedoeling: zo kon Jenny haar niet aanvallen en kon Yvonne toch even oefenen, zoals ma Tok het noemde. De kleintjes uit het Tok-huis mochten ook naar buiten, die zijn zo klein dat ze Yvonne niet durven aan te vallen.
Dat oefenen van Yvonne stelde niet veel voor, ze hupte wat heen en weer en verder bleef ze stil zitten tot ze het koud kreeg en ma Tok haar weer in haar hokje op de vloerverwarming zette.
Toen mochten wij er ook eindelijk uit.
Ma Tok zei dat ze het niet meer wist met Yvonne en dat ze de dierenverzorgster van Hoogendoorn om raad ging vragen. Ik hoop dat daar wat goeds van komt, want als ma Tok het niet meer weet is het niet best. Straks raak ik mijn beste vriendin kwijt.
En dat in het nieuwe jaar, dat nog maar net begonnen is.

vrijdag 29 november 2019

Privé-les of schoolklas?


Jenny:

Mijn vriendin Katie is er niet meer.
Ze ging het mensenhuis in en ze kwam er niet meer uit.
Ma Tok zegt dat ze nu onder ons woont, diep in de tuin.
Ik vind dat een beetje raar, maar toch ook wel mooi: zo is ze toch niet ver weg.

Jenny en Katie waren altijd samen
Ik heb mijn hele leven met haar samengewoond en dan is het wel wennen als je maatje opeens niet meer vlakbij je is.
Gelukkig slaapt Yvonne nog steeds bij mij in Soestdijk. Yvette doet dat ook weer, sinds het verdwijnen van Katie. Eerst had ze maar een paar nachten bij ons geslapen en toen was ze het zat. "Ik ga weer terug naar het Tok-huis," zei ze. "Wat jij doet moet je zelf maar weten." Dit laatste tegen Yvonne, die ervoor koos bij Katie en mij te blijven logeren. Daar ben ik nu heel blij om, anders had ik toch helemaal in mijn uppie in mijn paleis gewoond. En een paleis is mooi, maar alleen wonen is niks voor een kip.

Jenny met Daantje en Dirkje
Zo ben ik ook blij met mijn twee nieuwe vriendinnetjes Daantje en Dirkje. Zij geven mij nog steeds les in de edele "Lèdse" taal en ik moet zeggen dat ik het erg lollig vind met die twee. Wat een heerlijke ondeugden zijn ze.
Ik heb een paar dagen privé-les gekregen, maar nu komen Yvonne en Yvette er ook telkens bij, zij vonden het ook tijd om een vreemde taal te leren, kakelden ze. En nu is het dus weer een echt schooltje geworden. Met als vreemde karaktertrek dat de leraressen ondeugender zijn dan de leerlingen. Ik denk dat Yvonne, Yvette en ik ook maar wat lessen stoutheid moeten volgen, dan
Geertrui zaliger
wordt het vast een heel gezellige boel hier in de tuin.
Daantje en Dirkje hebben mij verteld over hun goede leerdame Geertrui, die hen Leids en streken heeft bijgebracht. Wat ontzettend jammer dat ik die Geertrui nooit heb mogen ontmoeten. Zij schijnt ook onder de Tok-tuin te wonen. En haar tweelingzus ook, maar ik denk dat er van haar alleen nog wat botjes over zijn, of helemaal niets meer, dat kan ook.
Wij kennen intussen al aardig wat Leidse woorden en uitdrukkingen en als we in de tuin Daantje of Dirkje tegenkomen begroeten we elkaar met "Hé jûh!", en dan lopen we weer vrolijk verder. Yvette riep een keer "Goeiemorrûgûh" naar
Laza is zorgzaam naar Jenny
mij, daar moest ik errûg (oeps) om lachen. Er is zo toch weer meer vrolijkheid gekomen in de Tok-tuin. LazaRus kwam bij mij kakelen om te vragen of ik het wel naar mijn zin had hier, vooral omdat ik nu zonder Katie verder moet, dat vond ik erg zorgzaam van hem. Hij is een heel goede haan, die op al zijn hennen let en ze moed inkakelt als dat nodig is. Zo schijnt hij ook voor Daantje en Dirkje te hebben gezorgd toen Geertrui was overleden. Ik had nog nooit een haan als leider van een kippenfamilie meegemaakt, maar ik zie het fijne er nu wel van in. Natuurlijk kunnen hennen ook wel voor zichzelf zorgen, maar een haan
LazaRus aan het hoofd van de familie Tok
aan de kop van een familie is een extraatje.
Ik voel me hier helemaal veilig, met een net boven ons hoofd tegen de roofvogels en een haan die alles in de gaten houdt.
Ik ben goed terecht gekomen, jammer dat Katie maar zo kort hier heeft kunnen wonen.
Maar als ik Ma Tok mag geloven zal de volgende kip die hier komt weer Katie genoemd worden, omdat mijn Katie hier veel te kort is geweest. Katie2 zal deze nieuwe hen gaan heten. Ma Tok kon me alleen niet vertellen hoe lang het nog gaat duren voordat we die kip mogen begroeten en ook niet hoe ze eruit gaat zien.
Dat laat ik maar aan haar over.


vrijdag 1 november 2019

Tok- en Tuinregels


Barbara:

Het is wat moeilijker geworden voor ons, Babette en mij, hier in de tuin.
Hoe dat komt?
Door die twee grote nieuwe dames.

Katie stuurt Barbara weg
Zij zijn hier nog maar net en nu al werd ik pas gewoon weggestuurd door die ene met die kale plek op haar rug, Katie heet ze.
Ik vond dat behoorlijk brutaal, maar omdat ze zo groot is ging ik toch maar een stapje opzij.
Ma Tok, die het zag, zei tegen Katie dat dat niet de bedoeling was, dat iedereen hier dezelfde rechten heeft, groot of klein en bruin, wit of zwart. Of een mengsel daarvan, dat hebben we hier ook tenslotte.
Katie trok zich niet veel aan van ma Tok, maar ik kreeg stiekem een paar extra wormpjes van haar.
"Ze leert het wel," zei ze tegen mij,
Katie en Jenny in Soestdijk op stok
"ze heeft een moeilijke tijd achter de rug waarin ze heeft moeten vechten voor haar eten." Tja, dan ga je vast raar doen, dat kan ik wel begrijpen, maar ze moet het toch afleren als ze bij de familie Tok wil horen. Anders moet ze maar weer worden opgesloten in Soestdijk.
Zij en Jenny slapen gelukkig nog wel in hun paleis, dus in de nacht kunnen ze ons niet dwars zitten.
Ik vroeg me al af hoe lang het zou duren voordat ze ook bij ons in het Tok-huis zouden komen overnachten, maar er is iets heel onverwachts gebeurd. Ma Tok kwam erachter toen ze ons kwam tellen voordat ze onze huisdeur ging sluiten voor de nacht. Ze telde en ze telde nog een keer en nog
Yvonne met Jenny en Katie in Soestdijk
eens, maar ze kwam niet tot zeventien. Er miste een kip.
Ze ging ons allemaal bij de naam noemen om te zien wíe de vermiste was en dat hielp: Yvonne zat niet in het huis.
Ma Tok keek in de tuin, maar ze zag geen grote witte vlek, die een hen zou kunnen zijn. Het was al behoorlijk donker, vandaar. Plotseling ging haar een licht op en ze liep naar Soestdijk, waar ze met haar zaklamp door het raampje naar binnen scheen. En ja hoor, daar zaten niet alleen Jenny en Katie, maar ook Yvonne gezusterlijk op de stok.
En drie avonden later had ook Yvette zich bij de andere grote
gezellig met z'n vieren
kippen aangesloten, zodat Soestdijk nu door vier grote dames wordt bewoond.


Waarom de twee grote witte meiden zich bij de grote bruine hebben gevoegd weet ik niet, maar ik vind het wel prettig dat ze niet bij ons slapen. Nu hebben wij geen last meer van hun grote lijven als we 's morgens wat willen snavelen, ze stonden altijd in de weg bij de voersilo.





de ren (hier nog voor Soestdijk)

Ma Tok heeft trouwens de ren vóór Soestdijk weggehaald, die is daar niet meer nodig nu Jenny en Katie vrij zijn.
De ren staat nu een eindje verder
de tuin in, als een soort schuilplek voor ons als het regent.
Dan hoeven we niet per se naar
binnen te gaan om droog te blijven, we kunnen onder het plastic dak van de ren droog zitten.
Alleen als het erg hard waait worden we daar toch nat, maar we hebben ook de struik nog om te schuilen. En ons huis natuurlijk.


vrijdag 4 oktober 2019

Familie-uitbreiding


Yvonne en Yvette:

Tsjongejonge, wat hadden wij het druk!
Eerst kwam Maria naar ons toe met de vraag of wij samen met haar Daantje en Dirkje wat zouden kunnen opvrolijken. Die twee schijnen zwaar depressief te zijn door de dood van Geertrui.

wijlen Vera en Vita
En terwijl we daar over aan het nadenken waren kwam ma Tok ons vertellen dat er een uitbreiding van de familie op komst was.
Zij vond ons de aangewezen hennen om daar wat over te vertellen, omdat de twee nieuwe dames uit onze stal kwamen.
Dit laatste maar bij wijze van spreken, ze komen bij mevrouw Angelique vandaan.
Nee, het zijn geen kuikens, als u dat mocht denken. Het zijn geredde kippen, net zoals wij. Ze zijn wel bruin, dus meer zoals Vera en Vita waren, en ze kwamen ook niet uit een grote legschuur.
Vera, Vita, Yvette en Yvonne
Ze hadden bij een boer gewoond, die plotseling ernstig ziek geworden was en toen niet meer voor hen kon zorgen. Zijn vrouw wist niet dat er ergens kippen waren, dus toen ze na een paar weken werden ontdekt waren ze uitgehongerd en erg verzwakt.
Deze twee meiden uit het oosten van het land hebben al een poosje bij mevrouw Angelique gewoond, dus ze zien er niet meer zo zielig uit als toen ze net gevonden waren.
Mevrouw Angelique zou ze best willen houden, maar haar andere kippen pikten dat niet, of eigenlijk pikten ze wel, maar dan in de twee arme dieren. Dus nu liepen de bruine meiden los rond, terwijl de andere kippen in een ren zaten.
Soestdijk is weer schoon
Om die ren heen staat een hek, dat onder stroom staat, dat is nodig
omdat er in de winter vossen bij de farm komen en die maken de kippen dood als ze de kans krijgen. Daarom moesten de loslopende kippen verhuizen en mevrouw Angelique vroeg aan ma Tok of zij ze wilde adopteren. En natuurlijk kon die weer eens geen "nee" zeggen, zodat de beide dames hier mochten komen.
Eerst ging ma Tok Soestdijk helemaal uitmesten, zoals zij dat noemt. Dat was nog niet gedaan sinds wij naar het Tok-huis verhuisden, al veel te lang geleden dus. Ze kroop helemaal in de ren omdat daar nog wat vergif kon
het schone nachthok
liggen dat zij daar een tijd geleden had neergelegd voor de muizen.
Alles werd minutieus nagekeken en gereinigd, de waterspuit werd zelfs op het hok gezet, zodat het van binnen en van buiten helemaal schoon was. Dat moest een paar dagen drogen, waarna ma Tok het nachthok opnieuw ging inrichten. Er kwam hennepstrooisel op de bodem van het nachthok en ook tabak, tegen de luizen. De oude ren, die al jaren achterin de tuin stond, werd naar Soestdijk gesleept en ook schoongemaakt. Die werd op Soestdijk aangesloten, zodat de kippen wat meer bewegingsvrijheid zouden hebben.
Ze moeten namelijk eerst even
Jenny en Katie in Soestdijk
apart wonen, maar wel in de tuin, zodat wij aan elkaar kunnen
wennen. Later kunnen ze dan bij ons in het Tok-huis komen slapen, als ze daar aan toe zijn.
Zo stond alles klaar voor de komst van de twee nieuwe hennen.
Op een mooie dag gingen pa en ma Tok samen met de auto naar mevrouw Angelique om ze op te halen.

En inmiddels zijn ze al een weekje bij ons in de tuin.

Ma Tok: volgende week hoort u meer over de beide nieuwe kippen, die Jenny en Katie heten.  Dit om een moeder en dochter in Engeland te vernoemen, die "not amused" waren toen er deze zomer niet gebroed mocht worden, net toen hun namen aan de beurt waren. Ik ga ervan uit dat dit alles weer goedmaakt. 

vrijdag 19 juli 2019

De verhuizing


Yvonne en Yvette:

Er heeft in de Tok-tuin een verhuizing plaatsgevonden.

Soestdijk met Yvonne en Yvette er nog in
Nee, daarmee bedoelen wij niet dat Kenau nu aan de andere kant van de tuin verblijft (zie vorige verhaaltje).
Wie is er dan verhuisd?
Wel, dat zijn wij tweeën.
U weet toch dat wij in het grote hok, dat ook wel Soestdijk genoemd wordt, woonden?
Wij hadden dat hele paleis voor onszelf, dat was best luxe.
Maar één van ons, we noemen geen namen, ging al een tijdje niet meer in Soestdijk op stok, maar bij de kleintjes in het Tok-huis.
Omdat dat niet zo gezellig was voor de ander van ons, we noemen nog steeds geen namen, zette ma Tok Yvonne elke avond weer bij Yvette
Yvonne in het Tok-huis op stok
in Soestdijk op de stok.
Oeps, toch namen genoemd.
Nou ja, dan weet u het maar ook, wat maakt het eigenlijk uit?
Ma Tok vroeg zich af waarom Yvonne telkens in het Tok-huis op stok ging.
Om eerlijk te zijn weet zij dat zelf ook niet, ze liep gewoon met de anderen mee als die op stok gingen en zo kwam ze dan in het Tok-huis terecht.
Yvette bleef dan nog een tijdje buiten lopen totdat ze zich eenzaam naar Soestdijk begaf om te gaan slapen.

Yvette
Yvette: "Waarom kwam je niet meer bij mij slapen?
Ik vond het echt ongezellig in mijn eentje in dat paleis.
Luxe is leuk, maar gezelligheid is veel meer waard."

Yvonne: "Ik zei toch dat ik dat zelf ook niet wist.
Misschien vond ik het wel gezelliger bij al die anderen dan bij jou alleen.
Niet dat ik je niet mag, hoor, maar wij zijn zo langzamerhand wel een beetje uitgekakeld met ons tweeën."

Yvette: "Ja, maar om mij dan maar gewoon helemaal alleen te laten..."

Yvonne: "Tja, dat vond ik ook niet fijn, daarom vroeg ik je ook om met
Yvonne
mij mee te gaan om bij de kleintjes op stok te zitten."



Yvonne en Yvette:

Toen Ma Tok ons allebei in het Tok-huis zag zitten lachte ze.
Ze zei dat ze ons die avond weer naar ons eigen hok ging verhuizen, omdat het de volgende dag zondag was en dat betekent dat de deur van het Tok-huis pas om twaalf uur open gaat, omdat Laza anders te vroeg begint te kraaien en dat vindt niet iedereen in de buurt zo geslaagd.
Op een andere avond, als de
gezellig met de hele familie Tok in het Tok-huis op stok
kleintjes de volgende morgen om tien uur naar buiten zouden mogen, zou ze het een keer proberen.
Als alles dan goed zou gaan en wij de kleintjes niet in hun kammetjes pikten, zouden wij voortaan bij de rest van de familie mogen slapen.
En ging dat goed?
Jazeker, helemaal prima.
Zodat wij nu ook in het Tok-huis wonen.
Wel zo gezellig.
Of wij de luxe van paleis Soestdijk missen?
Als snavelpijn!
En we kunnen elke dag nog even een bezoekje brengen aan ons oude vertrouwde hok.
Als we dat willen, tenminste.